08 JULI 2026
Veelgebruikte screeningsinstrumenten voor ondervoeding, zoals SNAQ, MUST en MNA-SF, zijn ongeveer twintig jaar geleden ontwikkeld. Omdat ze sterk leunen op indicatoren als ongewenst gewichtsverlies en ondergewicht (lage BMI), werken ze minder goed bij mensen met een hoger lichaamsgewicht. Hierdoor blijft het risico op ondervoeding bij deze groep vaak onder de radar.
Zelfs de internationale GLIM-criteria (Global Leadership Initiative on Malnutrition) om ondervoeding vast te stellen brengen uitdagingen met zich mee. Hoewel een lage spiermassa binnen GLIM een cruciale indicator is, blijkt het in de praktijk lastig om hiervoor duidelijke afkapwaarden te bepalen bij mensen met overgewicht of obesitas. Deze patiënten hebben vaak méér spiermassa om hun lichaamsgewicht te kunnen ondersteunen.
In het SCOOP-project zijn bestaande datasets gecombineerd met nieuwe klinische gegevens. Uit het Lifelines-cohort, met circa 125.000 deelnemers, blijkt bijvoorbeeld dat de mensen die zichzelf te zwaar vinden of willen afvallen, fors minder vaak ongewenst gewichtsverlies rapporteren dan mensen die zichzelf niet te zwaar vinden. Dit laat zien dat de manier waarop vragen over gewichtsverlies worden gesteld invloed heeft op het herkennen van risico’s. Dit laat zien dat ‘ongewenst gewichtsverlies’ als losse vraag minder betrouwbaar is om ondervoeding te voorspellen bij mensen met overgewicht.
De klinische gegevens werden verzameld in zes ziekenhuizen: Ziekenhuis Gelderse Vallei, Rijnstate, Erasmus MC, Amsterdam UMC, OLVG en het BovenIJ ziekenhuis. Daar werden ruim 800 patiënten met overgewicht of obesitas onderzocht, waarbij metingen van lichaamssamenstelling en voedingsgerelateerde vragenlijsten werden gecombineerd. Op basis van deze gegevens is een concept screeningstool ontwikkeld. “Met zeven gerichte vragen kan worden ingeschat of iemand met overgewicht of obesitas een verhoogd risico heeft op ondervoeding. Aan de tool wordt een online rekenmodel gekoppeld dat zorgprofessionals ondersteunt bij het toepassen van de screening in de praktijk”, licht onderzoeker Barbara van der Meij (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Wageningen University & Research) toe.
In het SCOOP project werken onderzoekers, diëtisten, artsen en beleidsmedewerkers samen aan nieuwe inzichten en het bevorderen van de praktische toepassing ervan. Vroege signalering van ondervoeding bij mensen met overgewicht kan complicaties helpen voorkomen en herstel verbeteren. Daarmee verschuift de aandacht van reactief behandelen naar eerder ingrijpen. In de expertconsultatie van zomer 2025 zijn de wensen uit het veld voor de verdere implementatie opgehaald, de belangrijkste resultaten hiervan zijn terug te lezen in de factsheet.
De komende fase richt zich op verdere validatie en implementatie van het conceptinstrument in de klinische praktijk. Daarnaast is er bij huisartsen en diëtisten behoefte aan doorontwikkeling van het instrument voor patiënten in de eerste lijn, bijvoorbeeld voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken. Met de output van het SCOOP-project krijgen zorgprofessionals een concept screeningstool dat kan helpen het risico op verborgen ondervoeding eerder in kaart te brengen. Van belang is nu om de tool breed te testen en de ophaalde wensen uit het veld te vertalen naar concrete handvatten voor de praktijk.
Lees meer over de resultaten en publicaties op website van het programma Kenniscentrum Ondervoeding. Het SCOOP-project, onder leiding van prof. dr. Marian de van der Schueren (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Wageningen University & Research) is een samenwerkingsverband van Kenniscentrum Ondervoeding, Amsterdam UMC, Erasmus MC, HAN, Alliantie Voeding in de Zorg, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), WUR en het Longfonds samen. Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door ZonMw.
Onze digitale nieuwsbrief verschijnt regelmatig