27 MAART 2026

De wetenschap achter gepersonaliseerde obesitaszorg

In Nederland ondergaan jaarlijks zo’n 12.000 mensen bariatrische chirurgie, een ingreep die hen helpt bij gewichtsverlies. Naast bariatrische chirurgie zijn er ook andere behandelmethoden voor gewichtsverlies, zoals medicatie. Maar hoe zorgen we ervoor dat deze behandelingen blijvend gewichtsverlies opleveren? Aan deze vraag werken drie jonge onderzoekers vanuit verschillende perspectieven: van begeleiding bij het bariatrische traject en afstemming van medicatie op persoonlijke factoren tot inzet van beeldvorming voor betere voedingszorg.

De wetenschap achter gepersonaliseerde obesitaszorg

Maag-verkleinende operaties zijn bewezen effectief voor gewichtsverlies, toch blijkt de lange termijn effectiviteit niet altijd gegarandeerd. Patiënten hebben te maken met een complex samenspel van biologische-, psychologische- en leefstijlfactoren. Bovendien sluit het huidige zorgtraject niet altijd aan bij de individuele behoeften van patiënten met obesitas, zowel voor diegenen die bariatrische chirurgie ondergaan als voor diegenen die medicijnen gebruiken om af te vallen en hun gewicht te beheersen.

Optimalisatie van bariatrische begeleiding

Nadia Botros, promovenda bij Rijnstate en Vitalys en Wageningen University & Research, onderzoekt hoe de begeleiding rondom bariatrische chirurgie geoptimaliseerd kan worden voor langdurig succes. Het onderzochte traject duurt een jaar en bestaat uit vijf wekelijkse pre-operatieve sessies, waarin patiënten oefenen met nieuw eetgedrag, gevolgd door negen maanden intensieve ondersteuning. Psychologen, diëtisten, artsen en verpleegkundigen, zijn hierbij betrokken. Het traject bestaat vooral uit groepssessies, gecombineerd met individuele ondersteuning waar nodig. In 21 interviews (vooral vrouwen, 78%, van gemiddeld 50 jaar oud) heeft Nadia onderzocht hoe passend en geaccepteerd het traject is volgens patiënten die het programma bij Vitalys/Rijnstate hebben gevolgd.

Patiënten gaven aan tevreden te zijn over het voortraject, waarbij vooral het oefenen met postoperatieve adviezen, de sociale steun en de aandacht voor maaltijdplanning en voedselkeuzes werden gewaardeerd. In de nazorg bleek ruimte voor verbetering. Er was vraag naar meer flexibiliteit in zowel het type als de intensiteit van de begeleiding door diëtisten en psychologen. Er is daarnaast behoefte aan meer continuïteit van de ondersteuning, idealiter langer dan één jaar. Daarnaast gaven patiënten aan behoefte te hebben aan meer informatie van ervaringsdeskundigen over de nadelen van de operatie.

Een conclusie van het onderzoek was dat een combinatie van individuele- en groepsondersteuning passend zou kunnen zijn, gezien de voordelen van beiden vormen. Groepsondersteuning biedt waardevolle peer support, maar kan minder gepersonaliseerd zijn. Individuele begeleiding biedt meer maatwerk. Deelnemers die online groepssessies tijdens coronatijd ervaren hadden, waren negatief over het gebrek aan interactie en verbinding.

“Op basis van de interviews en (beperkte) literatuur zou ik het zorgtraject echter nog verder willen verlengen,” aldus Nadia. Idealiter zou het traject tussen de twee en vijf jaar duren, een periode die cruciaal is voor langdurige ondersteuning en het waarborgen van blijvende resultaten. Dit is vooral belangrijk omdat in deze periode gewichtstoename kan optreden, het effect van de operatie kan afnemen en gedragsverandering steeds belangrijker wordt voor het behoud van de resultaten.

Nadia onderzoekt nu een nieuwe flexibelere versie van het traject, ondersteund door een app. Patiënten kunnen bijvoorbeeld een maaltijdplanning maken, opdrachten maken en informatie vinden via de app, die hen helpt tussen de groepssessies door.

Medicatie: meer dan alleen gewichtsverlies

Stephan van Erp, arts-onderzoeker bij Rijnstate en Vitalys, richt zich op de rol van medicatie in de behandeling van obesitas en de effecten op leefstijlfactoren. Zijn onderzoek gaat verder dan het simpelweg voorschrijven van medicijnen. "Obesitasbehandeling is niet alleen een kwestie van medicatie voorschrijven," zegt Stephan. "Het draait om het begrijpen van de kenmerken van de patiënt en het afstemmen van de medicatie op die unieke factoren."

Stephan analyseert vijf jaar aan retrospectieve data van patiënten die anti-obesitasmedicatie gebruiken, zoals Saxenda en Mysimba (de medicatie die nu onder voorwaarden vergoed wordt vanuit de basisverzekering). De uitdaging is om te achterhalen welke factoren bepalen of een medicijn succesvol is voor een patiënt. Sommige patiënten verliezen meer gewicht dan anderen, zelfs wanneer ze hetzelfde medicijn gebruiken. De focus ligt op het identificeren van de kenmerken die invloed hebben op de effectiviteit van de medicatie, zoals eetgedrag, slaapduur en andere leefstijlfactoren.

"Bijvoorbeeld, Saxenda, een GLP-1-agonist, werkt goed bij mensen met abnormale verzadiging en bij Mysimba is het bekend dat het werkt op het hedonisch systeem en dat het de verbranding verhoogd. Door de kenmerken van een patiënt beter in kaart te brengen, bijvoorbeeld of ze emotioneel eten of een trage verbrander zijn, kunnen artsen een veel gerichtere keuze maken over welk medicijn het beste past," legt Stephan uit.

De geanalyseerde data uit het vijfjarige retrospectieve onderzoek vormen de basis voor het prospectieve onderzoek. Het doel van het onderzoek is om de kliniek te ondersteunen in het patiëntgericht onderzoeken van de opties voor afslankmedicatie, zodat er een gerichtere behandeling ontwikkeld kan worden die verder gaat dan standaardmedicatie. Zo kunnen artsen preciezer bepalen welke behandeling het beste werkt voor welke patiënt.

Beeldvorming

Tessa Veerbeek, onderzoeker Rijnstate en Vitalys en Wageningen University & Research, richt zich op de rol van beeldvorming in de postoperatieve zorg voor bariatrische patiënten. In de Passage-studie onderzoekt ze de relatie tussen slikklachten en voedingsgedrag na een maagverkleining. Patiënten die passageklachten ervaren, krijgen een passagefoto om de klachten beter in kaart te brengen. Het onderzoek combineert retrospectieve en prospectieve elementen. Patiënten vullen vragenlijsten in over hun klachten en geven toestemming om het verloop van de symptomen te volgen. Dit onderzoek helpt bij het identificeren van complicaties, zoals vernauwingen (stenoses), die de voedselpassage bemoeilijken. Daarnaast hopen de onderzoekers meer informatie te krijgen over welke patiënten klachten krijgen, en of dit bijvoorbeeld door bepaalde voedingsmiddelen wordt uitgelokt. Die informatie kan helpen om individueel voedingsadvies te geven.

In de EMRISS-studie richt Tessa zich op de snelheid van maaglediging en de invloed daarvan op gewichtsverlies. De hypothese is dat de snelheid van de maaglediging samenhangt met het verzadigingsgevoel door de aanmaak van darmhormonen, wat mogelijk het gewichtsverlies beïnvloedt. De snelheid van de maaglediging wordt gemeten met zowel MRI als scintigrafie en wordt vergeleken tussen patiënten die goed afvallen en patiënten die minder gewichtsverlies ervaren. Dit onderzoek is een samenwerking tussen Vitalys, en Wageningen University & Research, Humane Voeding & Gezondheid.

Diagnostiek speelt een sleutelrol in Tessa’s werk en focust op verbetering van de bestaande zorgpaden. “Door zowel huidige als nieuwe methodes in te zetten, kunnen we de zorg voor patiënten verder personaliseren en optimaliseren”, aldus Tessa.

Samenwerken

De studies van deze drie jonge onderzoekers zijn gericht om gepersonaliseerde, duurzame oplossingen te vinden voor de complexe uitdagingen die de behandeling van obesitas met zich meebrengt. Op het snijvlak van de medische behandeling, gedrag, diagnostiek en voedingswetenschap wordt gewerkt aan verfijning van de behandeling en betere afstemming op persoonlijke en leefstijlfactoren.

De onderzoekers werken samen met andere zorgprofessionals, voedingswetenschappers en psychologen, om een bredere kijk te ontwikkelen op obesitasbehandeling. “Het is essentieel om verder te kijken dan alleen de medische kant,” licht Stephan toe.

Vitalys is een van de grootste klinieken in Nederland voor bariatrische chirurgie en voert jaarlijks meer dan 1.250 operaties uit in Rijnstate en ook in Ziekenhuis Gelderse Vallei. Als partners van Alliantie Voeding in de Zorg werken de ziekenhuizen samen met Wageningen University & Research aan toonaangevend onderzoek naar voeding en leefstijl bij behandeling en herstel.

De onderzoekers promoveren aan Wageningen University & Research bij Prof. Dr. Eric Hazebroek, bariatrisch chirurg in Rijnstate en hoogleraar Nutrition and Obesity Treatment van de afdeling Humane Voeding & Gezondheid.

De co-promotoren van Nadia Botros zijn: Laura Deden, technisch geneeskundige bij Rijnstate; Elske van den Berg, klinisch psycholoog en hoofd onderzoek bij Novarum Centrum voor eetstoornissen en obesitas; Melina Czymoniewicz-Klippel, lecturer en Education Coordinator in the Consumption and Healthy Lifestyles; en bij een van de studies is dr. Agnes Berendsen, Wageningen University & Research betrokken.

De co-promotoren van Tessa Veerbeek zijn: Laura Deden, technisch geneeskundige bij Rijnstate en dr. Femke Intema, nucleair geneeskundige in Meander zijn de co-promotoren van Tessa Veerbeek. Dr. Paul Smeets is betrokken bij (de opzet van) de EMRISS-studie.

De co-promotor van het onderzoek van Stephan van Erp is dr. Sean Roerink, endocrinoloog bij Rijnstate.

Meer lezen? 


Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief!

Onze digitale nieuwsbrief verschijnt regelmatig

Bekijk hier de laatste nieuwsbrief

Uw persoonsgegevens worden conform onze Privacy- en Cookieverklaring verwerkt. Uitschrijven kan onderaan iedere nieuwsbrief die u van ons ontvangt.