03 JUNI 2022

De invloed van voeding op metabole processen tijdens intensivecare-opname

Wat is de juiste hoeveelheid en samenstelling van voeding voor IC-patiënten zodat zij optimaal kunnen herstellen? En op welk moment moeten ze welke voeding krijgen? Op die vragen probeert promovendus Hanneke Moonen antwoorden te vinden. Dat is nog niet zo simpel, omdat er verschillende factoren meespelen, zoals verschillende fasen van ziekzijn en veranderlijke stofwisseling en lichaamssamenstelling. ‘Mijn onderzoek is een combinatie van mechanistisch en klinisch kijken.’

De invloed van voeding op metabole processen tijdens intensivecare-opname

Promovendus Hanneke Moonen doet onderzoek naar de de juiste hoeveelheid en samenstelling van voeding voor IC-patiënten zodat zij optimaal kunnen herstellen

‘Zo’n dertig jaar geleden waren we vooral geïnteresseerd in farmacotherapie om de overleving van IC-patiënten te verhogen, maar tegenwoordig zien we ook voeding als medicijn,’ legt Hanneke Moonen uit. Ze doet haar promotieonderzoek aan Wageningen University & Research binnen de onderzoekslijn Metabole Stress van Alliantie Voeding in de Zorg en is chirurg in opleiding in Ziekenhuis Gelderse Vallei. Toch is er nog veel onbekend over de rol van voeding op de IC en de processen die daarop inspelen, zoals de stofwisseling. Hanneke: ‘We begrijpen nog niet goed wat er in de metabole processen tijdens IC-opname gebeurt. Met hulp van Wageningse expertise kunnen we meer inzicht krijgen, ook in de rol van voeding op ziektebeloop en herstel.’ De samenwerking tussen de klinische expertise van Ziekenhuis Gelderse Vallei en de mechanistische van WUR, zoals inhoudelijke kennis over werking van cellen, brengt voedingsonderzoek bij IC-patiënten verder.

Stofwisseling

Onderzoekers van WUR hebben veel kennis, ervaring en faciliteiten om op detailniveau naar lichaams- en celprocessen te kijken. Zo bestudeert Hanneke de mitochondriële processen bij sepsis op de IC in de MIC-studie. ‘We weten dat energiefabriekjes in de cellen zich anders gedragen wanneer je ernstig ziek bent. Komt dat doordat de cellen ziek zijn, of is het een manier van het lichaam om de cellen juist niet kapot te laten gaan en moet je ze daarom niet overbelasten met teveel voeding? Dat onderzoeken we,’ legt Hanneke uit.

Lichaamssamenstelling

Ook richt Hanneke zich op de lichaamssamenstelling: de verhoudingen tussen vet, spierweefsel en vocht in een lichaam. ‘We onderzoeken hoe de lichaamssamenstelling van IC-patiënten verandert tijdens en na een IC-opname en hoe dat de prognose beïnvloedt,’ vertelt Hanneke. Zo is het bekend dat IC-patiënten tijdens metabole stress veel vet en spiermassa verliezen om voldoende energie vrij te maken voor herstel. Ook fluctueert de hoeveelheid vocht, bijvoorbeeld door toediening via het infuus om de bloeddruk op pijl te houden. Zo heeft Hanneke bij onderzoek naar COVID-patiënten gezien dat lichaamssamenstelling bij opname samenhangt met de prognose. ‘Wellicht kan het meten van lichaamssamenstelling en inzicht in de veranderingen daarin ons in de toekomst helpen voorspellen hoe het herstel verloopt in overige patiëntengroepen,’ legt Hanneke uit. ‘Als we dat weten, kunnen we behandeling – en voeding - beter aanpassen aan de behoeften van de patiënt.’

Meten van lichaamssamenstelling

Hoe meet je de lichaamssamenstelling van bewusteloze patiënten op een IC? Standaard methoden als de MRI-scan en BMI-bepalingen zijn respectievelijk moeilijk uit te voeren en duur of te oppervlakkig. ‘Om een goed beeld te vormen van de verandering van lichaamssamenstelling dienen we onderscheid te maken tussen de verschillende typen weefsel,’ vertelt Hanneke. Daarom is de Bio-elektrische impedantiemeting (BIA) een goede methode. Met elektroden aan vingers en tenen wordt via elektrische weerstand de lichaamssamenstelling gemeten. De data zijn meteen beschikbaar, het is goedkoop en weinig impactvol voor patiënt en personeel. Toch is er ook kritiek op de methode; die zou weinig betrouwbaar zijn, bijvoorbeeld omdat patiënten op de IC veel vocht toegediend krijgen, waardoor de vochtverdeling in weefsels verandert ten opzichte van de gezonde situatie waarop het apparaat geijkt is. Hanneke heeft die voor- en nadelen via een systematische review in kaart gebracht en aanbevelingen gedaan die ze zelf al toepaste in haar observationele onderzoek.

Energie- en eiwitbehoefte

Een IC-patiënt verbruikt veel energie voor zijn herstel. Het is echter te simpel gedacht dat de patiënt op ieder moment door het toedienen van meer energie beter herstelt. ‘We weten inmiddels dat calorische overvoeding in de acute fase op de IC tot slechtere uitkomsten en zelfs tot sterfte kan leiden, waarschijnlijk omdat het natuurlijke metabole processen verstoort. Maar energie haal je uit diverse macronutriënten en we weten niet wat het effect is van verschillende samenstellingen aan eiwitten, vetten en koolhydraten,’ vertelt Hanneke. Uit onderzoek blijkt dat eiwitten belangrijk zijn bij herstel voor spieropbouw, maar de vraag is of IC-patiënten spieren kunnen opbouwen in de acute fase. Door dit in een experimentele setting in samenwerking met MaastrichtUMC+ te onderzoeken, hoopt Hanneke erachter te komen in welke fase toediening van eiwitten zinvol is voor het herstel.

Meten van energiebehoefte

Uit onderzoek blijkt dat de energiebehoefte per patiënt en per fase erg verschillend is, maar een gemeenschappelijke trend is nog niet bepaald – wat volgens Hanneke erg nuttig zou zijn. Daarvoor doet ze metingen bij veel patiënten op verschillende tijdstippen, ook na de IC. Ze hoopt door het ontdekken van een trend aanbevelingen te kunnen doen over optimale dosering van energie. Tegelijkertijd analyseert ze voor- en nadelen van verschillende meetmethodes, zoals de haalbaarheid en nauwkeurigheid. Zo wordt indirect door de beademingsapparatuur het energieverbruik gemeten via het zuurstofverbruik en CO2-gehalte, maar vaak hebben mensen op de verpleegafdeling geen beademingsapparatuur meer en krijgen ze zuurstof, waardoor de meting niet betrouwbaar is. Via een kap die over het hoofd gaat kan het zuurstofverbruik en CO2-gehalte gemeten worden, maar dat is belastend voor de patiënt. ‘We zoeken nog naar de optimale methode voor behandelaar en patiënt,’ aldus Hanneke.

Individuele voedingstherapie

Het uiteindelijke doel van Hannekes promotieonderzoek is dat IC-patiënten beter herstellen door betere en geïndividualiseerde voedingstherapie. Ze draagt vooral bij aan een beter inzicht in wat er in het lichaam gebeurt en hoe meetmethodes werken. ‘Mijn onderzoek is één van de vele puzzelstukjes die nog ontbreken,’ zegt Hanneke. Ze schat in dat ze volgend jaar kan promoveren. Hannekes copromotoren zijn Arie Nieuwenhuizen (WUR) en Marcel van de Poll (Maastricht University). Haar promotor is Arthur van Zanten, internist-intensivist in Ziekenhuis Gelderse Vallei en buitengewoon hoogleraar Voeding en metabole stress aan de leerstoelgroep Nutritional Biology van WUR. Hij geeft 9 juni aanstaande zijn inaugurele rede.

Meer lezen



[3/3] #onderzoek, #lustrum | Afgelopen 15 jaar hebben we veel bereikt op gebied van persoonsgericht, wetenschappeli… https://t.co/oLd17ERz03
[2/3] #onderzoek, #lustrum | De tweede winnaar van onze onderzoeksubsidie van 10.000 euro: 🔆 Dieuwertje Kok met ha… https://t.co/jA932i0NcP

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief!

Elke 6-8 weken verschijnt onze digitale nieuwsbrief.

Bekijk hier de laatste nieuwsbrief

Uw persoonsgegevens worden conform onze Privacy- en Cookieverklaring verwerkt. Uitschrijven kan onderaan iedere nieuwsbrief die u van ons ontvangt.